Awakening
Bezielde kunst, tranen en terreurspiri’s met Pasen
Kunst, of dat nu schilder-, beeldhouw-, dans-, schrijf- of de muziekkunst is, ik heb bewondering voor mensen die het maken en daarmee iets teweeg kunnen brengen. Vooral voor hen die hun ziel en zaligheid in hun kunsten leggen. In tijden van onrust en dreiging is kunst geen luxe (sommigen menen dat het dat is), maar een noodzaak. De afwezigheid van de waan van de dag, geen ruimte voor afleiding, meegevoerd worden naar een andere wereld van bevlogenheid, ondergedompeld in het moment, dat effect kan een kunstwerk geven (zoals trouwens ook een nacht Awakenings in de Westergasfabriek met de mooiste lasers in het Paasweekend altijd deed, maar daar gaat het hier niet over).
Na het jarenlang voorbij te hebben gefietst, bezocht ik dan eindelijk het concertgebouw. Ik zou er niet moeten komen vanwege de buiging voor Palestina-activisten en de laffe uitsluiting van Israëlische musici, maar ik was er dan toch. Mijn zus had kaarten gekocht voor de Matthäus-Passion op Goede Vrijdag. Als twintiger was ik ooit eerder naar de Matthäus geweest samen met mijn ouders. Later niet meer, tot afgelopen Goede Vrijdag. Het imposante concertgebouw was stampvol, slechts enkele plekken waren onbezet. Langzaam stroomde de zaal vol met veelal bezoekers van middelbare leeftijd en ouder. Waarschijnlijk kleurden velen van hen een D66-rondje tijdens de laatste verkiezingen rood, zo schatte ik. Beschaafde Nederlanders. Met huizen in Oud-Zuid. Nette auto voor de deur (moet je ‘m wel kwijt kunnen).
Opwellende tranen
De musici stemden hun instrumenten. Nadat de dirigent, de solisten en het koor de trappen af schreden, volgde een kort moment in stilte en toen ving Bach’s meesterwerk aan met de eerste klanken. Tranen welden al gelijk op wat me heel even in lichtelijke paniek bracht want het was nog maar het begin; het zou nog tweeënhalf uur duren en we zouden nog meer aangrijpende aria’s te horen krijgen. Hoe moest dat verder? Snikken en snotteren tussen een muisstil publiek dat nauwelijks leek te bewegen, het kon niet.
De dirigent boeide me mateloos met zijn enorme energie. Een kleine, kalige man die driftig en dan weer zacht de musici dirigeerde, zijn buik bewoog af en toe mee. Hij heeft dit kunstwerk al vele malen laten horen, stortte zijn hart erin, vol toewijding. Bij de aria Erbarme dich leek de zaal nog stiller en onbeweeglijker. Verdwenen in de muziek en de emoties van Bach’s meesterwerk. Toen het einde naderde en de klanken van Wir setzen uns mit Tränen nieder aanbrak, liet ik mijn tranen de vrije loop. Wat een opluchting. Er volgde een ontlading in de zaal en even daarna barstte het applaus los. De solisten, de koren, de musici, de dirigent, ze hadden alles gegeven. Het publiek dat eerder zo rustig en bedeesd urenlang had geluisterd, bleek bijna uitzinnig. Mijn tranen hielden nu helemaal niet meer op. Toen we eenmaal weer buiten stonden, regende het zacht, het was guur, maar niet van binnen.
Jezus Hallelujah!
Op het museumplein klonk luide gospelmuziek. Hoorden we het goed? Een handjevol mensen stond in de regen te dansen en de naam Jesus schalde uit de speakers. We kregen van een jonge, vrolijke Surinaamse vrouw een folder in onze handen gedrukt. Van de Christian Revival Church. Grote vlaggen wapperden met de naam van deze kerk erop. Mooi!, dacht ik, verbaasd hoe blij ik eigenlijk was dit te zien. Vlaggen met de naam Jesus en Church erop. Ik ben dan met de Bijbel opgevoed, ging naar een Christelijke school, maar door de jaren heen heb ik zo mijn eigen opvattingen over God en religie gekregen. Nog geen dag later las ik een rake zin van columnist Annedieke Kuchler: ‘In een land waar (zichzelf bloedserieus nemende) journalisten, academici en bestuurders een wedstrijdje ‘islam verdedigen’ spelen, leggen christenen het loodje.’
Het Israëlcentrum in Nijkerk, waar de stichting Christenen van Israël is gevestigd, werd op de late avond van Goede Vrijdag het doelwit van een aanslag. Een explosie werd toegebracht aan het pand, net zoals een paar weken eerder de synagoge in Rotterdam en de Joodse school Cheider in Amsterdam Buitenveldert mikpunten van explosies waren. Antisemitische agressie waar maar geen einde aan komt. De islamitische groep Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiya (HAYI) deelde ook nu weer de beelden van de beschadigde gebouwen met dreigementen richting mensen die Israël steunen.
Bewuste keuze
‘Ummah voor Gaza’ organiseerde vorig jaar een demonstratie bij het pand van Christenen voor Israël. Het leverde droefgeestige beelden op van intimidatie, agressie en haat. Bezoekers werden uitgemaakt voor ‘kindermoordenaars’ en ‘genocideplegers’. Een jaar later op Eerste Paasdag marcheerde de islamitische onderwerpers, net zoals het jaar ervoor, openlijk door de straten van Rotterdam (mijn oude stad waar zoveel herinneringen leven). Een bewuste keuze om juist die dag te kiezen voor de uit te zenden boodschap.
‘Onze moskee’, zo wordt de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem, de voor joden en moslims heilige stad, genoemd in een van de toespraken. Bij het zien van de videobeelden heb ik nauwelijks het idee dat het over de zorgen voor het welzijn van mensen gaat. Daar gaat het dus ook niet meer over. ‘Allahu Akbar’ klonk het versterkte geluid op het Schouwburgplein in Rotterdam. “Een demonstratie die inshallah gescheiden wordt gehouden tussen mannen en vrouwen”, zo zegt een man van de organisatie met keffiyeh om de schouders in de vooraankondiging.
Op straat knielen moslim-mannen in gebed. ‘Al Aqsa is ours’. Op een grote banner wordt verwezen naar de Arabische naam van Jeruzalem ‘Al-Quds’ en wordt de opdracht gegeven om ‘Jeruzalem tot de Oemmah te maken, de heilige grond te zuiveren en onze vlag te rijzen’. Mede-organisator Laat Gaza Leven laat zijn ware bedoelingen zien en dat is geen vrede tussen Palestijnen en Israeli’s, maar islamitische verovering en steun aan terreur (de rode driehoek als symbool van Palestijns verzet en standaard te zien in uitingen van Hamas).
En zo wordt het demonstratierecht in Nederland voor de zoveelste keer misbruikt voor onzuivere doeleinden. Net zo onzuiver als de vlaggen die wapperen, want het zijn bepaald geen vredesvlaggen: de vlag van Het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), een internationaal erkende terroristische organisatie die gericht is op de vernietiging van de staat Israël, vlaggen van de Islamitische Republiek Iran en die van Turkije en Syrië. En uiteraard is de Palestijnse vlag alom vertegenwoordigd.
Geduldig met de trein mee
Nederland, een democratische rechtsstaat, die burgerlijke vrijheden zoals het demonstratierecht kent, als ‘trein waar je vanaf stapt zodra je bestemming bereikt is’. Voor de Turkse president Recep Tayyip Erdoĝan zou dat zo ongeveer democratie zijn, zo wordt verondersteld. Vóór hem, decennia eerder in 1928, zei de nazi-propagandist Joseph Goebbels het al: “Wir gehen in den Reichstag hinein, um uns im Waffenarsenal der Demokratie mit deren eigenen Waffen zu versorgen.” (“We gaan de Rijksdag in om ons in het arsenaal van de democratie met haar eigen wapens te bewapenen.”) Hij misbruikte democratische middelen om het systeem van binnenuit te ondermijnen en een dictatuur te vestigen.
En zo zal het met de islamisten ook gaan. Op de trein stappen van de democratie met al haar rechten en vrijheden totdat het doel bereikt is. Blijven herhalen dat de nieuwe nazi’s de zionisten zijn en Israël een staat van nazi’s is. Herhaal de grote leugen duizenden keren en het wordt de waarheid waarmee de bevolking geradicaliseerd wordt. Dat het werkt heeft de geschiedenis ruimschoots laten zien. Met radicalisering begon het zo’n twee jaar geleden openlijk en onbeschaamd, maar broeien deed het al veel langer.
Alle ruimte voor ‘demonstranten’
Zo riep op Witte Donderdag tijdens een pro-Palestijnse demonstratie een Abdelmounaim El Houmani op De Dam in Amsterdam, gesterkt door een overheid die al tweeënhalf jaar niet optreedt tegen een zich steeds veiliger voelende menigte, dat het jammer was dat Hitler zijn werk niet heeft afgemaakt. En de burgermoeder kon er weer, net zoals alle vorige keren van het openlijke antisemitisme in haar stad, ernstig bij kijken. De daad van ‘zuiver antisemitisme’ waarvan ze sprak, is mede door haar beleid mogelijk gemaakt. Zoals dat ook op andere plaatsen te zien is, eenvoudigweg door deze ‘demonstranten’ alle ruimte te geven voor het aanzetten van haat en geweld. Via het recht om te demonstreren dat alle burgers in een democratie hebben. Nederland wordt daarin vergezeld door andere Europese angsthazen.
Grenzen aan het recht
Maar ook al worden grenzen blijkbaar door de overheid al ruim twee jaar ongemoeid gelaten, het demonstratierecht kent ze wel. Het openlijk steunen van terreurorganisaties, via bijvoorbeeld vlaggen en symbolen en het verspreiden van terreurpropaganda, is strafbaar. De banner van Laat Gaza Leven tijdens de afgelopen demonstratie in Rotterdam is een steunbetuiging aan de Palestijnse terreurbeweging Hamas. Niets ‘solidariteit met de Gazanen’. Degenen die dat nog met droge ogen beweren, moeten dringend bij zichzelf te rade gaan. Bij de Raad van State ligt momenteel een wetsvoorstel om het verheerlijken van terrorisme expliciet strafbaar te stellen. Hopelijk kan het een begin zijn om met de haat, voor de wegkijkers vermomd als ‘vredige demonstratie’, in de Nederlandse steden af te rekenen.
En zo ging ik van een christelijk meesterwerk, liefde, schoonheid en bezieling naar politieke islam, haat, lelijkheid en terreur. In het laatste vinden momenteel helaas ook mensen betekenis, inspiratie en passie. We zijn (bijna allemaal) vrij, leven in een vrij land en niet iedereen is daar gelukkig mee. Wees geen Judas.




❤️