De hel van het ideaal
Over Ingrid Betancourt, Tanja Nijmeijer en de verleiding van de revolutie
Geloof in een betere wereld is misschien wel het meest menselijke dat ons motiveert. Maar juist dat geloof, wanneer het komt tot een absolute overtuiging, kan een bron van vernietiging worden. In de Colombiaanse jungle ontmoeten we twee gezichten van hetzelfde ideaal: Ingrid Betancourt, de gegijzelde politica die haar waardigheid probeert te bewaren te midden van onmenselijkheid, en Tanja Nijmeijer, de jonge idealiste die haar vrijheid vrijwillig opgaf voor de belofte van rechtvaardigheid bij de guerrilla.
Geloof in een toekomstige hemel leidt tot het ontstaan van een hel in het heden. Krankzinniger wordt het niet. Waarom worden in de menselijke geschiedenis zo vaak dezelfde fouten begaan?
Overlever
Volledig gekluisterd aan haar woorden heb ik de memoires van Ingrid Betancourt, Even Silence Has An End (uit 2010), gelezen, niet in staat om het weg te leggen. Dagenlang begaf ik me in de diepe, donkere en onvoorspelbare jungle van Colombia en werd ik meegezogen in de brute wereld van de De Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia, de FARC-EP - Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia–Ejército del Pueblo - en van hun gijzelaars. Een daarvan was de Frans-Colombiaanse Ingrid Betancourt, een politica die ‘staat ‘voor alles wat de FARC veracht’, zo wreef een van de guerrilleros (Spaans voor strijders) haar in.

De voormalig presidentskandidaat van Colombia werd ruim zes jaar gevangen gehouden in de jungle die oneindig leek, maar ze werd daarin een overlever van de voornamelijk jonge mannen en vrouwen die een ideologie deelden die volgens hen recht gaven op het gebruik van geweld tegen anderen die de ideologie niet deelden. Zou Tanja Nijmeijer de memoires van Ingrid Betancourt hebben gelezen?
Burgeroorlog
De FARC was een Marxistisch-Leninistische guerrillabeweging die in 1964 werd opgericht in Colombia. De beweging stond voor het bestrijden van sociale ongelijkheid en armoede op het platteland, daarbij moest de Colombiaanse regering omver geworpen worden om uiteindelijk een communistische staat op te bouwen waar ongelijkheid niet meer zou bestaan. Al meer dan veertig jaar woedde er een burgeroorlog tussen de FARC en de regering. In de jaren negentig kwamen daar de paramilitairen bij: rijke, rechtse grondbezitters die zagen dat de regering niet in staat was de FARC te verslaan.
Marxistische boerenbeweging
Ooit begon de FARC dus als Marxistische boerenbeweging, die zich verdedigde tegen grootgrondbezitters die land opeisten en vocht tegen de regering die als instrument werkte van de hogere klasse. Land moest worden teruggeven aan de boeren die het land bewerkten, bedrijven moesten nationaliseren, zodat de multinationals weggingen uit Colombia en zo de winst voor het land, dat rijk is aan grondstoffen, zelf behouden kon worden.
Later werd de organisatie vooral bekend vanwege de misdaden, zoals afpersing middels zogenaamde ‘revolutionaire belastingen’, zoals Nijmeijer in haar memoires Van guerrilla tot vredesproces (uit 2021) benoemt. Maar ook afpersing middels ontvoeringen en de beweging onderhield betrekkingen met de drugshandel. De wapens, de revolutie, ze moesten ergens van bekostigd worden. Aan het einde van de jaren negentig kende de FARC tegen de 20.000 gewapende leden, plus duizenden niet-gewapende sympathisanten en logistieke medewerkers.
Het waren vooral hele jonge mensen, veelal twintigers, die zich aangetrokken voelden door de FARC. Vaak uit arme families, waar broer ook guerrillero was. Het kwam ook voor dat het gewoon een logische keuze leek, want er was verder geen keuze. Het ontbrak aan perspectief voor vele arme jongeren. Uit Betancourts boek wordt dat zelfs nog duidelijker dan dat van Nijmeijer.
Vredesakkoord
Na decennia van conflict met, volgens Nijmeijer, meer dan 200.000 doden, tussen de 60.000 en 80.000 vermissingen en zo’n acht miljoen binnenlandse vluchtelingen die zowel de FARC als de regering de andere partij in de schoenen wilde schuiven, sloot de FARC in 2016 een vredesakkoord met de Colombiaanse regering. Daarna hervormden ze zich tot een politieke partij, eerst onder de naam Fuerza Alternativa Revolucionaria del Común (met dezelfde afkorting: FARC), later omgedoopt tot Comunes om los te komen van het guerrilla verleden.
Ongelijkheid en onrecht
Drie jaar geleden las ik Tanja Nijmeijers boek over haar tijd bij de FARC. Als 22-jarige uit Denekamp kwam de Nederlandse begin 2000 in aanraking met de diepe ongelijkheid tussen arm en rijk in corrupt Colombia. Ze studeerde Romaanse talen in Groningen en ging voor haar studie naar Colombia om Engelse les te geven op een school en vervolgens een stageproject te doen. Daar kwam ze oog in oog te staan met ongelijkheid en onrecht, dat haar leven langzamerhand volledig in beslag nam. Antonia, een vrouwelijke collega van school liet haar kennis maken met het harde bestaan en de armoede in Colombia. Nijmeijer, kritisch en niet bang voor afwijzing, onderwierp haar aan allerlei vragen over de Colombiaanse samenleving. Haar collega gaf de overheid over de schuld van: armoede, ongelijkheid, misdaad, alles. Ze zegt onder meer:
‘Is dat niet juist wat het bestaan van de guerrilla rechtvaardigt? Mensen die in een land als Colombia wonen, dat rijk is aan grondstoffen zoals goud en petroleum, geen manier hebben om te overleven, en die zien dat de rijke bovenlaag alle rijkdom naar zich toe trekt. Personen die alles hebben zien geen enkele reden om te vechten tegen de gevestigde orde. Maar zij die niets hebben en zien dat hetgeen hun toekomt voor hun neus wordt weggeroofd door de heersende klasse, voelen woede en machteloosheid en hebben niets te verliezen, begrijp je?’
Antonia vertelde in een gesprek met Nijmeijer aan het begin van het boek wanneer ze haar vragen stelt over de FARC dat ‘de guerrilla nooit eigen bronnen van inkomsten had aangeboord, waardoor ze genoodzaakt waren mensen te ontvoeren en zo hun revolutie te financieren.’
Geheimzinnigheid
De twee raakten bevriend alhoewel er altijd een afstand bleef bestaan tot Nijmeijer en er bepaalde geheimen voor haar waren. Samen bestudeerden ze artikelen over El Salvador, Chili, Cuba, China, de Sovjet-Unie, Chavez, Allende en Simón Bolívar, het marxisme-leninisme, de klassenstrijd.
‘Waarom een revolutie, waarom geweld? Waarom geen vreedzame hervormingen teweegbrengen?’ Antonia had mij uitgelegd waarom de hogere klasse de macht in handen had en hield: ‘De staat is een instrument van die hogere klasse, die in steeds grotere mate de economische, politieke en ideologische macht in handen hebben.’
Als lezer vermoedt je al gauw waar Antonia’s geheimzinnigheid vandaan komt. Antonia maakte deel uit van een van de vele stadsmilities van het FARC en introduceerde Nijmeijer tot haar wereld van verzet en medestrijders met als doel een revolutie te ontketenen, het kapitalistische systeem van de Colombiaanse overheid omver te werpen, corruptie om zeep te helpen en de macht over te nemen. ‘Heeft Antonia mij gericht gerekruteerd?’, vraagt Nijmeijer zich hardop af in gesprek met haar moeder vele jaren later. Als lezer weet je net als haar moeder het antwoord.
Ambitieus
Nijmeijers idealisme om een betere wereld te scheppen dat naadloos paste in dat van de FARC en haar hang naar avontuur zorgden er voor dat ze een ambitieuze FARC guerrillera werd en als zeldzame Europese en hoogopgeleide viel ze op bij de leiders. Zo’n tien jaar (2002-2012) leefde ze in de Colombiaanse jungle van kamp naar kamp, met een kalasjnikov om haar schouders, volledig overtuigd van de gemeenschappelijke missie om Colombia te veranderen. Maar daarvoor moest ze eerst vernietigen. ‘De manier waarop mensen in Europa leken te negeren dat hun rijkdom ten koste was gegaan van een groot deel van de rest van de wereld, maakte mij boos. De strijd van de Colombiaanse guerrilla was gerechtvaardigd in die zin, vond ik. Er moest iets rechtgezet worden’.
Schokkend is wanneer ze te weten komt dat de Colombiaanse overheid de straten in de armste wijken liet ‘schoonvegen’. Niemand was hun leven veilig in deze wijken zonder enige vooruitzicht op een betere toekomst.
Gewapende strijd
Zij en haar medestrijders vonden dat er geen andere keus was dan de wapens op te pakken in hun strijd tegen sociale ongelijkheid, tegen de rijke elite, en de corruptie die zwaar op de Colombiaanse samenleving rustte. Ze zouden meer delen van de jungle bezetten, nog meer arme Colombianen overtuigen van de gewapende strijd, en zo verandering afdwingen. Buiten de jungle ging dat met bommen (Nijmeijer leerde van haar kameraden in de stad hoe ze explosieven moest maken), waarvan vooral busstations, maar ook een club waar rijke Colombianen kwamen het doelwit werden. Volgens Nijmeijer altijd om geen gewonde en dode burgers te veroorzaken, maar daar dacht dus niet iedereen binnen de FARC hetzelfde over.
Binnen de jungle vond men dat vrijheidsberoving van mensen uit de buitenwereld was toegestaan. De FARC nam drie Amerikaanse soldaten in gijzeling, waarvoor Nijmeijer als een van de weinige guerrilleros die Engels sprak namens de FARC moest tolken (zo kwam haar naam op de lijst van Interpol terecht). De drie mannen kwamen later in het kamp terecht waar Ingrid Betancourt gevangen werd gehouden. Nijmeijer met sterke anti-Amerikaanse sentimenten had geen enkel medelijden met de gegijzelde Amerikanen.
Buiten schot
De FARC hield in de loop der jaren duizenden in de jungle gegijzeld, waarvan burgers, politie, soldaten van het Colombiaanse leger, mensen die werkten in de politiek. Vaak om families af te persen, maar ook wel in het geval van Betancourt en de Amerikaanse soldaten als ruilmiddel om FARC gevangenen uit Colombiaanse gevangenissen vrij te krijgen. Nijmeijer was op een van haar busreizen in Colombia als student aan het begin van het boek doodsbang om in de handen van de FARC terecht te komen en te verdwijnen in de jungle. Die angst was vooral gebaseerd op mediaberichten waarin de FARC bekend stond als terreurbeweging. Toen ze later overtuigd guerrillera bij de FARC werd, viel er weinig empathie te ontdekken voor mensen met diezelfde angst. In haar memoires laat ze het onderwerp van gijzeling door de FARC én hoe ze dat rijmde met de doelen van de organisatie buiten schot.
Niet rebels genoeg
Alles moest wijken voor haar strijd. Daarbij brak ze harten (ook van haar familie) en toonde ze destijds maar weinig wroeging. Zo trouwde ze Felipe, een rebelse muzikant, maar lang niet rebels genoeg, uit een arme familie. Met de juiste documenten die ze als Nederlandse daardoor kreeg kon ze een leven starten in Colombia. Vervolgens zette ze met smoezen haar eerste stappen in de jungle om diverse FARC-cursussen te volgen, haar kersverse echtgenoot niet in vertrouwen nemend. Hij verdwijnt naar de achtergrond en maakt later plaats voor vriendjes in de jungle, haar kameraden, die net als zij hun hele leven in het teken stelde van de FARC en de revolutionaire strijd.
Ongelijkheid man/vrouw
Als zij een hut wilde delen met een guerrillero moest daarvoor toestemming gevraagd worden aan de commandant, zoals dat gebeurde met alle verzoeken. Haar vrijheid was ze volledig kwijt, er mocht absoluut geen ruimte meer bestaan voor individualisme, maar in dienst van de collectieve strijd was het voor haar te dragen. Onderwerpen als anti-conceptie waren niet meer in eigen hand en werden door mannen (want commandanten zijn mannen) beslist. De ironie is dat ongelijkheid die bestreden moest worden, niet gold voor ongelijkheid tussen man en vrouw. Tussen de regels door lees je bij Nijmeijer het onpasselijke machismo van de FARC dat zij hekelt (later zet zij zich in voor betere vrouwenrechten), maar waarmee Betancourt wél stevig weet af te rekenen. Wat stelt strijden tegen ongelijkheid voor als vrouwen niet als gelijke worden gezien? Wel echter als guerillera met tientallen kilo’s op haar rug, kippen slachtend en schietend naar de vijand in de jungle, maar niet in relatie tot een commandant die je niet mocht afwijzen en bekritiseren. Het is een hard leven als guerrillera waar iedere dag om 04.30 de dag begint, iedereen vaak lichamelijk zware taken heeft, zoals hout hakken, kuilen graven en vuur maken, op elkaar let, privacy alleen bestaat op de wc (een gat in de grond), maar ’s avonds toch tijd voor ontspanning was met de ‘culturele uurtjes waar men gedichten voordroeg, revolutionaire liedjes zong, theater deed en er vooral veel gelachen werd’.
Mediahype
Toen het Colombiaanse leger de FARC stevig op de hielen zat, moesten ze voortdurend op de vlucht om het ene na het andere kamp te bouwen. In 2007 werden dagboeken van haar gevonden door het leger die het doorspeelde naar de pers. Tanja Nijmeijer alias Alexandra werd een mediahype in Nederland en daar buiten. Het moeten voor haar familie zeer pijnlijke jaren zijn geweest.
Nijmeijer leek meer actie, na lange tijd een vrij rustig jungle-bestaan te hebben geleid, te verwelkomen, maar sloeg regelmatig doodsangsten uit als ze in gevechten was beland met het Colombiaanse leger vanuit de lucht. De kogels vlogen haar om de oren. Bij het lezen van zo veel afzien en ook opoffering is het moeilijk je te verplaatsen in de persoon Tanja Nijmeijer. Haar idealen moesten wel onbreekbaar zijn om zo’n loodzwaar leven in de jungle te kunnen doorstaan. Dat zou helemaal waar kunnen zijn. Maar wat ook waar kan zijn, is dat een jonge vrouw onder invloed van haar blik op Colombia, en de diepe armoede in de wereld, door indoctrinatie van haar compañeros sterk radicaliseerde, zodat ze zich op een gegeven moment volledig identificeerde met haar strijd en met haar medestrijders. The road to hell is paved with good intentions.
Open, maar niet over alles
Waar Nijmeijer eerlijk en openhartig is over wat haar motieven waren om zich aan te sluiten bij de FARC, is ze dat niet over hoe ze toen de misdaden en ontvoeringen zag tijdens haar jaren in de jungle. Op verschillende plekken in haar memoires noemt ze de kwalijke rol van de media in het lui bestempelen van de FARC als terreurbeweging en hoe dat vooral Colombianen in de steden beïnvloedde die tegen de FARC waren. Maar de EU plaatste in juni 2002 de FARC op de lijst van terroristische organisaties, dus zo vreemd is dat niet. En al helemaal niet als je weet dat de oorzaak daarvan onder meer de jarenlange gijzelingen waren die tot de praktijken van de beweging behoorden. Dat praat ze achteraf dan ook niet goed in haar boek en wijt dat mede aan ‘té lang doorgaan met een oorlog zonder einde.’ Maar hoe dacht ze daar toen over?
Ik lees niets over de gijzeling van Betancourt die in dezelfde jaren als Nijmeijer in de jungle leefde, weliswaar in andere kampen, maar wel regelmatig met dezelfde commandanten, zoals de bekende leider Mono Jojoy, onder wiens leiding het kamp stond van beide vrouwen, maar op een ander moment in de tijd. Voor Nijmeijer als guerrillera en Betancourt als gijzelaar.
Bevrijding
De naam Ingrid Betancourt komt alleen voor in haar boek wanneer het over de spectaculaire redddingsoperatie in juli 2008 gaat waarbij de politica, de Amerikaanse militairen en andere gijzelaars uit de wrede handen van de FARC bevrijd werden. Nijmeijer beklaagt zich over de misleiding van het Colombiaanse leger die het logo van het Rode Kruis (Rode Kruis wie?) hebben misbruikt om de reddingsactie uit te voeren. Een tweede keer doemt haar naam op als een journalist aan Nijmeijer, die toen als woordvoerder optrad namens de FARC tijdens de vredesonderhandelingen met de Colombiaanse overheid, de vraag stelt wat ze tegen Ingrid Betancourt zou zeggen.
Ik las haar boek onlangs voor de tweede keer nadat ik een foto van een Instagram-story op mijn laptop zag van drie jaar geleden waarin ik Nijmeijers boek aanprees en schreef ‘haar idealen te begrijpen’. Nu dacht ik, wait a minute…
Weten hoe het verder gaat?





Wat een interessant stuk Eva. Ik kijk uit naar deel 2.
De zinnen: “Geloof in een toekomstige hemel leidt tot het ontstaan van een hel in het heden. Krankzinniger wordt het niet.” komen zo binnen, zo krankzinnig en bizar inderdaad…
Ik ben De Pizarro’s aan het lezen. Van Friele. Erg goed. Het sluit hier mooi bij aan. Tanja wordt daar alleen genoemd maar het beschrijft mooi hoe al die groeperingen zijn ontstaan. De Pizarro’s hadden een belangrijke rol daarin. Aanrader