Morele zuivering
‘Wat wil je eigenlijk vertellen met jouw artikelen? Wat is jouw doel precies? Voor wie schrijf jij?’ Alweer wat jaren geleden ontving ik deze vragen en het was niet aanmoedigend bedoeld. ‘Al bij de eerste zin haak ik af,’ volgde erna. Ik schreef toen veel op mijn blog. Het gekke was dat deze kritiek niet van een kennis of een vreemde kwam, maar van een dierbare vriendin waarmee ik twee handen op één buik was (zelfs als de één in het buitenland woont). Het zou niet bij deze ene keer blijven.
In een Amsterdamse eetgelegenheid met wijn en Midden-Oostelijke hapjes werd ik nog eens aangesproken op wat ik had geschreven. De vriendin had zich aangevallen gevoeld. En ook dit zou zich een paar jaar later nog eens herhalen. Er werd mij in die bar iets in de schoenen geschoven waarin ik mij niet herkende. Onze stemmen waren inmiddels blijkbaar zodanig in volume gestegen dat de bar leeg was geraakt. Alleen wij zaten er nog. De ober keek wat bezorgd onze kant op. Hoe kon ze dat van mij denken? We kenden elkaar toch al zo lang? Ik stond perplexed. Toch dronken we een paar glazen en gingen weer verder. Zand erover. Dit incident lag diep onder het zand begraven en ik had er nooit meer aan gedacht. Zoals het soms gaat met woorden, met gebeurtenissen, kwam dat gesprek toch weer naar de oppervlakte drijven. Nieuwe aantijgingen waren hiervoor de aanleiding.
Zelf-identificatie met (politieke) opvattingen is in deze tijd vaker wel dan niet zichtbaar. Vriendschappen en familie-relaties lopen breuken op en raken onherstelbaar beschadigd. Woorden worden opeens gelezen als persoonlijke aanvallen, als steken in het hart, als het toebrengen van pijn en verdriet. Woorden die niets met die ander te maken hebben. Politiek is persoonlijk geworden en heeft vriendschap en familiebanden overstegen.
Dat een dierbare vriend of vriendin vindt dat hij of zij beter afstand van je moet nemen, omdat je in een nazi bent getransformeerd, is nog wel te volgen. Dat er professionele hulp aan te pas moet komen om uit te vinden of en hoe de verhouding tot een vriend of vriendin zou moeten wezen vanwege diens ongewenste denkbeelden, heeft nog maar weinig met ware vriendschap te maken. Maar boosheid en tranen van de ‘gekwetste’ zijn toch ergens vandaan gekomen. Er volgt iets van een intentie om die halve nazi-vriend/vriendin te gedogen, want ja natuurlijk ‘liefde overwint’. Je zou bijna stikken in dat laatste. Over liefde praten en tegelijkertijd ongefundeerde aantijgingen afvuren, voelt als verraad. Als neppige liefde. In de wetenschap te moeten leven dat je als vriendin voortaan lijdzaam gedoogd wordt, is misschien nog wel erger dan een ordinair hier-scheiden-onze-wegen.
Moet een vriendin altijd alles fantastisch vinden wat je doet? Nee. Maar waardering of ondersteunende woorden mag je van elkaar verwachten in vriendschap. En eventuele kritiek is om op te bouwen, niet om af te breken. Dat eens zo robuuste vertrouwen is door menselijk handelen zwak te maken en brokkelt verder af. Jarenlange vriendschap wordt waardeloos gemaakt.
Er is heimwee naar hoe het ooit was. Naar het zorgeloze, naar de vriendschap waar nooit een einde aan leek te komen. Het beste voor elkaar willen, elkaar van alles gunnen, blij zijn voor die ander. Loyaliteit die geen grenzen kent en de vanzelfsprekendheid ervan. Zo was het.
Het lijkt wel het tijdperk van verloren vriendschappen van wat ik lees en hoor van anderen. Daarmee moet ik me troosten.
‘Wat wil je vertellen met jouw artikelen? Wat is jouw doel precies?’ Deze keer was het mijn schoonmoeder die met deze vragen kwam. Ze vroeg of ik een link wilde sturen van mijn laatste artikel. Ze wilde het graag lezen, liet ze een paar dagen geleden weten. Oké leuk. ‘Ze woont aan de andere kant van de wereld en ik heb haar maar een aantal keren ontmoet. Niemand anders, behalve dus mijn beste vriendin, vond het ooit belangrijk deze vragen te stellen. Mijn ogen dwaalden over haar bericht en ik voelde heel even ergernis bij me opkomen maar, dacht ik, mijn schoonmoeder toont interesse en dat is altijd fijn. Ik las in eerste instantie afkeuring en kritiek, maar wie weet ben ik te achterdochtig.
Toch is er iets mee, want worden deze vragen ook gesteld aan ‘echte journalisten’, ‘echte schrijvers’, schrijvers in dienst bij magazines, zelfstandige schrijvers en journalisten die er een boterham mee verdienen (in tegenstelling tot mijzelf)? Zeg journalist, wat wil je eigenlijk vertellen met dat en dat verhaal van je? Krijgt een loodgieter of een timmerman wel eens de vraag wat het doel van zijn werk is? Of een dokter, een verpleegster, een jurist? Hee jurist, wat wil je met je werk bereiken? Nee, want dat slaat natuurlijk helemaal nergens op.
Moet het nog uitmaken wat anderen vinden van wat je schrijft of wat jouw doel ermee zou moeten zijn etc.? Kan het nog erger dan verdachtmakingen van een vriend/vriendin waarmee de vriendschap altijd waardevol is geweest? Ik weet van ‘een echte schrijver’ (een hele goede trouwens) die afgelopen jaar zijn baan bij een bekende krant verloor. Vanwege afwijkende en dus ongewenste meningen in zijn columns. Toevallig was ik er erg gecharmeerd van. Het is best ernstig, dat denken in dogma’s en morele superioriteit, in dwingende taal, in correctheid. Gelukkig zijn er nog mensen en ruimtes waar dat niet geëist wordt. Wat nu geldt, is vooral doorgaan, zoals Barrie Stevens altijd zei.


