Walvisval
Een afscheid vandaag
Vanochtend en begin van de middag woonde ik een uitvaart bij. Niet fysiek, maar online.
Vijf weken geleden zag ik hem nog in Driebergen. De man van het lieve en bijzondere stel. Twaalf jaar waren ze uit het oog, maar nooit uit het hart. We waren alledrie ooit collega’s, we waren op elkaars huwelijk/verloving. Hij was ernstig ziek. 47 jaar. Ik vond hem altijd iets weg hebben van de Engelse acteur, Jude Law. Innemend, intelligent, charmant.
Naar het scherm kijken (af en toe haperde het vanwege mijn locatie), de ontroerende toespraken horen van zijn vrouw, kinderen, ouders, vrienden en familie, de zoon zien spelen op de piano, de familiefoto’s, de herinneringen, de anekdotes die ik nog niet kende, het verdriet, maar ook de enorme liefde die uit mijn scherm sprak, het was veel vandaag. De les die hij mee wilde geven om in het nu te leven en die vooral veel voor hem is gaan betekenen tijdens zijn ziekte, die vijf jaar geleden bij hem werd ontdekt. Hij was even kankervrij, maar in 2023 brak de ziekte toch weer los. Die klote kanker. Te veel mensen (bijna) aan verloren.
Naast verdriet om het overlijden van deze veel te jonge en mooie vent die met een grote portie levenslust in het leven stond, ben ik eigenlijk ook woest. Woede voel ik. Maar op wat? Op die klote k. Waarom hij? Waarom deze lieve, leuke familie? De zoon, vijftien jaar, en daar stond al een kerel, hij sprak met diepe kalme stem, over de liefde voor zijn vader. In één klap volwassen. Een indrukwekkende verschijning ook. Sterk en kwetsbaar tegelijk. Zijn vader was zijn krijger.
Zijn vader hield van zeilen. Ik zou ooit nog eens met hem en zijn vrouw gaan zeilen, ver voordat de kinderen kwamen. Twee keer was het weer niet goed en daarna is het er niet meer van gekomen. Het lied Sailing van Christopher Cross zal voor altijd nog meer tranen opwekken dan het toch al deed. Hij was een echte Fries. Een kop volle blonde krullen (later niet meer). Sportief en een gezonde dosis nuchterheid, zonder een koele kikker te zijn. Toen hij wist dat hij niet meer beter zou worden, was iedere nieuwe dag een geschenk voor hem. Zijn lichaam werd zwakker, maar zijn geest des te sterker, zo sprak vandaag een goede vriend van hem. Hij wilde nog van alles. Kocht een oude jaquar die eigenlijk van alles mankeerde. Maar dat boeide hem niet. Ik zag ‘m nog op de oprit staan. En toch, zijn sterke geest, het is niet genoeg gebleken.
Kom nooit aan met het doodmakende cliché van ‘tegen kanker vechten en de strijd verliezen’. Het gaat niet om ‘vechten’, ‘verliezen’ of ‘winnen’ wat kanker betreft. Het is het meest dodelijke en pijnlijke wat mensen kunnen zeggen. Genoeg bewijs heb ik inmiddels van sterke geesten in doodzieke lichamen die alles aankonden, maar waarvan het lichaam niet meer verder wilde. Het lichaam was op. Het was klaar.
Wat zou ik hem graag meer tijd gegund hebben, samen met zijn dierbaren. Het is verdomme zo oneerlijk. Zijn Friese inslag leverde hem zijn antwoord: het is wat het is; dit is nu de realiteit. Ik kan dat niet. Het is te simpel naar mijn smaak. Maar wat erin schuilt is acceptatie en daar is een mens veel meer bij gebaat dan vechtend er tegen ingaan. Als een rivier meegaan met de stroom, je laten meevoeren door de wind. Dat zouden we toch moeten doen? Op zijn kist lag een doek met een zeilboot erop. Zijn laatste reis is begonnen. Het aardse leven is voorbij, maar ‘liefde houdt niet op waar het leven eindigt’ (de woorden op de afscheidskaart).
Van mij mag het regenen, donderen en bliksemen. De rest van de dag. Geen zonlicht, maar het licht van kaarsen. Zachte muziek. Bladeren die van de bomen vallen. De aarde ermee begraven. Takken zwierend in de wind. Het mag van mij tekeer gaan. Stormen. Hagelen. Het mag razen. Nothing else matters harder. Bonkend op hoge golven. Wind die rukt aan stagen. Woeste schuimkoppen in de donkere zee. De diepte van een oceaan afdalend totdat het weer stil wordt.
Laat ik langzaam weer terugkeren naar het ‘normale leven’.
De stilte die geleidelijk indaalt en slechts het geluid van grazende schapen hoorbaar is. De bellen om hun nek die een vreedzaam gerinkel geven. De oudheid van de huizen in de heuvels. De olijfbomen die de huizen beschermen tegen de brandende zon. Zon die nu lager naar de aarde toe schijnt. Zachter. Felheid die de komende maanden steeds verder zal afnemen. De rust op de landweggetjes. De wind die amper waait. Kalm en nergens ruis. Het lawaai van de wereld ver weg. Ego’s die alleen op mijn schermen te zien zijn. Niet de schaapsherder op zijn fiets over de hobbelige weg. Wat zou hij hebben aan een leugen? Wat heeft de wereld aan zijn oordeel? Ego’s leven ervan, teren op leugens. De natuur niet. Zij teert op leven en dood, zoals het altijd al bedoeld is.
Op de ochtend van het overlijden van ‘mijn Jude Law’ vorige week las ik over de ‘walvisval’. Vertaald uit het Zweeds. Helaas weet ik de naam van de schrijver niet.
Wanneer een walvis sterft, verdwijnt hij niet
Dan begint er iets ongelooflijks.
Zijn enorme lichaam zinkt langzaam de diepte in, in stilte – als een laatste afscheid.
Het wordt "walvisval" genoemd.
En hoewel het het einde lijkt, is het slechts het begin.
Daar beneden, in de duisternis waar het licht nauwelijks doordringt, wordt het lichaam een thuis.
Decennialang geeft het leven aan honderden soorten – haaien, vissen, wormen, krabben.
Een enkele walvis transformeert tot een heel ecosysteem.
Uit de dood ontstaat overvloed.
Uit stilte ontluikt leven.
En daar stopt het niet.
Gedurende zijn hele leven vangt een walvis koolstofdioxide op.
Wanneer hij sterft, neemt hij de koolstof mee naar de zeebodem – waar hij eeuwenlang kan blijven.
Zelfs in de dood beschermt hij de planeet.
En terwijl hij leeft, zingt hij.
Liederen die duizenden kilometers onder water afleggen.
Moeders zingen voor hun jongen.
Anderen zingen voor degenen die er niet meer zijn. Ze zingen voor hereniging.
Niet alleen om te communiceren maar om een band te scheppen.
Wist je dat het hart van een blauwe vinvis zo groot is als een auto?
En als hij diep duikt, klopt hij maar twee keer per minuut.
Alsof hij wil zeggen:
"Ga langzaam. Adem diep. Blijf kalm."
Vroeger dachten zeelui dat walvissen monsters waren.
Vandaag de dag kennen we de waarheid:
Ze zijn de bewakers van de zee. Meesters van de stilte.
Reuzen die, zonder geluid de wereld veranderen.
En net als zij zijn er mensen die zoveel liefde hebben achtergelaten dat we hun aanwezigheid nog steeds kunnen voelen.
Mensen wier daden, toewijding en manier van leven harten blijven raken, lang nadat ze er niet meer zijn.
Zij verdwijnen niet.
~
Beeld: Saroj Bhandari/Unsplash


Prachtig. Bedankt voor het Delen van deze herkenbare empties.
Zo mooi en liefdevol geschreven ✨❤️